De vergeten wereld van Oud Europa: de Donaucultuur 5000-3500 BC

De naam Oud Europa roept nogal eens vraagtekens op: bedoel je de klassieken? Nee, die bedoel ik niet. Ik heb het over de neolithische samenlevingen in Oost-Europa die samen de Donaucultuur vormden. Het neolithicum (de nieuwe steentijd) is veel verder terug in de tijd dan de klassieke oudheid…..

Traditiegetrouw leren wij dat de bakermat van onze beschaving ligt in de klassieke oudheid. De prehistorie (de tijd voordat er geschreven bronnen waren) is in de beleving van velen primitief en ongeciviliseerd en daarmee niet interessant. Deze beperkte benadering van het verleden is helaas nog steeds in zwang. Daarmee ontstaat niet alleen een hiaat in de geschiedenis, het is ook een gemiste kans ten aanzien van gender. In de klassieke oudheid hebben we namelijk reeds te maken met een mannelijke dominantie op sociaal-maatschappelijk vlak, wat theologisch en politiek ondersteund wordt. Dit soort dominante samenlevingen ontstaan pas na het neolithicum.

In het paleolithicum (ca. 40.000-10.000 BC) leefden de mensen als jagers/verzamelaars en trokken over de bewoonbare delen van de aarde. Sociaal-maatschappelijk bekeken, waren de rondtrekkende stammen egalitair: mannen en vrouwen beschouwden elkaar als gelijkwaardig waarbij ieders expertise werd aangesproken om de stam in balans te houden. Er was sprake van een natuurlijke taakverdeling waarbij mannen het jagen op groot wild op zich namen en vrouwen zich bezighielden met het verzamelen van voedsel: noten, vruchten, planten, kruiden en klein wild. Daarmee zorgden de vrouwen voor 75% van de voedselvoorziening. Het is vanzelfsprekend dat het doorgeven van leven heel essentieel was/is voor rondtrekkende stammen, oftewel dat de cyclus van het leven letterlijk de rode draad was/is. Wanneer de essentie van geboorte, leven, dood en wedergeboorte (de levenscyclus) in beeldtaal uitgedrukt wordt, is het niet verwonderlijk dat vrouwen daarbij meer in beeld worden gebracht dan mannen. De rol van vrouwen is aanzienlijk groter in het levengevende principe. Immers, zij dragen het leven, baren, om vervolgens ook nog te voeden. Symbolisch gezien IS de vrouw het Leven.

De paleolithische kunst kent twee soorten en bij beide komen we zowel abstracte als figuratieve vormen tegen:
1. mobiele kunst (kleine draagbare beeldjes uit verschillende materialen vervaardigd)
2. permanente kunst (grot- en rotsschilderingen)

Zoals in een eerder geschreven blog over ‘de vrouwelijke kunstenaar uit 27.000 BC’ (klik hier) al naar voren kwam, noemt men in de kunstgeschiedenis de paleolithische vrouwelijke beeldjes: Venuskunst. Deze beeldjes zijn klein en draagbaar, hebben grote borsten, billen en buik, vertonen vaak sporen van rode oker (symbool voor levensbloed) en hebben doorgaans geen herkenbaar gezicht. De benen van de beeldjes zijn tegen elkaar geklemd en geven vanaf het middel een driehoek weer. Door veel (mannelijke) wetenschappers worden dit soort Venusbeeldjes met een ‘male gaze’ bekeken en gezien als ‘steentijdpornografie’. Daar ben ik het niet mee eens, want pornografie bestond nog niet in de oude steentijd, er was namelijk nog geen mannelijke dominantie. In situaties waarin man/vrouw als evenwaardig worden gezien, bestaat natuurlijk wel erotiek en seksualiteit, maar geen pornografie of verkrachting. Het lijkt misschien een nuanceverschil,  maar er zit een wereld van verschil tussen…….

In het neolithicum (ca. 10.000 – 3500 BC) ontstond, op verschillende plaatsen in de wereld, het fenomeen landbouw en veeteelt waardoor mensen een meer sedentair bestaan kregen. Dit had alles te maken met klimatologische veranderingen. Toch bleven mensen naast het domesticeren van planten en dieren lange tijd jagen en voedsel verzamelen. De aanvankelijk kleine gemeenschappen groeiden langzaam uit tot grotere nederzettingen. Daaruit ontstonden vervolgens twee typen samenlevingen (bron: H. Haarmann ‘Foundations of Culture, Knowledge-Construction, Belief Systems and Worldview in Their Dynamic Interplay’ uit 2007):
1. egalitaire culturen
2. dominantie culturen
Het grootste verschil is dat dominantie culturen een centraal gezag hebben, hiërarchie kennen en koloniseren. Egalitaire culturen zijn in balans en gericht op het in stand houden van de eigen samenleving en niet gericht op expansie. Dominantie culturen kunnen egalitaire culturen annexeren (denk bijvoorbeeld aan hoe de Etrusken opgegaan zijn in het Romeinse rijk). 

De Donaucultuur in Oud Europa was een egalitaire cultuur. We kunnen zelfs spreken over een beschaving, want men kende schrift, creëerde kunst, voerde handel en was economisch zeer welvarend. Het is bijzonder intrigerend dat deze beschaving zich manifesteerde tussen 5000 en 3500 BC en dus veel vroeger existeerde dan de ons bekende oude beschavingen van het Nabije Oosten.

Door de kunst van de Donaucultuur te observeren, bestuderen en vergelijken, wordt de symbooltaal duidelijk en de egaliteit zichtbaar.

Deze 12 beeldjes komen uit de Cucuteni cultuur (ca. 4200 BC) en tonen, naar mijn idee, de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw. Man en vrouw die allebei essentieel zijn voor het voortbestaan van de mensheid. Immers, alleen man en vrouw samen kunnen voor nieuw leven zorgen! Op bovenstaande foto’s hebben de vrouwen de benen bij elkaar, een soort ‘lepel-houding’ (net als in de Venuskunst van de oude steentijd), terwijl de mannen meer een ‘vork-houding’ hebben. Dat werpt ineens een heel ander licht op de abstracte paleolithische kunst die in Dolni Vestonici (gedateerd op 27.000 BC)  is teruggevonden.

 

Er zijn wetenschappers die alle beelden zonder aantoonbare vrouwelijke elementen, zoals borsten of poort-des-levens, in de categorie ‘mannelijk’ plaatsen. Er zijn ook wetenschappers die alle beelden uit de steentijd tot de categorie ‘vrouwelijk’ rekenen en als het mannelijke zichtbaar is de beelden ‘androgyn’ noemen omdat zij uitgaan van het principe dat de steentijd een matriarchale tijd moet zijn geweest. De wetenschappelijke wereld is het duidelijk niet met elkaar eens…. Mijn visie hierin: in egalitaire culturen worden mannen en vrouwen als evenwaardig beschouwd, in dominantie culturen heersen de mannen. Het lijkt mij niet juist om de ‘wet van de omkering’ toe te passen door te stellen: ‘als het geen patriarchaat is, moet het wel een matriarchaat zijn’. Bovendien zijn deze termen beladen geraakt en alleen daarom al gebruik ik ze liever niet. Ik ben een groot voorstander van het weer zichtbaar maken van het vrouwelijke dat door de dominantie van het mannelijke  is ondergesneeuwd. Ik wil daarbij met een open blik blijven kijken en juist niet het mannelijke ontkennen, maar het vrouwelijke benadrukken naast het mannelijke.

De symboliek van het Leven is ook terug te vinden op de talloze voorraadpotten die uit de Donaucultuur bekend zijn.

Wanneer je de decoratieve patronen op de voorraadpotten vergelijkt met die op de vrouwelijke figuren is de overeenkomst frappant. Het zijn lijnen en patronen die in elkaar overvloeien, doorlopen en nergens echt ophouden: een cyclisch proces.  Het toont de essentie van het Leven,  zoals wij die ook uit de oude steentijd kennen: de cyclus van geboorte-leven-dood-wedergeboorte. Daarin spelen mannen en vrouwen een rol, alleen is de rol van vrouwen veel prominenter en daardoor meer benadrukt in de kunst. Bovendien werd deze kunst door de vrouwen zelf gecreëerd, de kunst toont dan ook de belevingswereld van de vrouwen. In mijn boek ‘Herstory of Art’ (verschijnt 8 maart 2012) is dit na te lezen.

Dit beeldenpaar uit 5000 BC is gevonden in een graf. De man is vervolgens de wereld in gegaan als ‘Le Penseur’ omdat men overeenkomst zag met Rodins ‘Denker’. De neolithische ‘Denker’ wordt tegenwoordig vaak alleen, zonder de vrouw,  in catalogi afgebeeld. Waarom?  Ze horen samen,  deze man en vrouw, waarom uit elkaar halen en bovendien verbinden met Rodin? Omdat de kunstgeschiedenis nog steeds ‘his story of art’ is en zolang dat wordt herhaald, wordt het bevestigd en daarmee zelfs bestendigd!

Rodins leven en oeuvre bestudeer ik al sinds 1993 toen ik besloot mijn doctoraalscriptie te schrijven over Camille Claudel. In 1994 ben ik afgestudeerd op haar oeuvre voor de studies Kunstgeschiedenis & Algemene Letteren aan de Universiteit Utrecht. In 2000/2001 heb ik bijgedragen aan de eerste tentoonstelling over Claudel in Nederland in het Singer Museum te Laren. De parallel die gelegd wordt tussen het beeld van de man uit 5000 BC en Rodins ‘Denker’ gaat voor mij niet op. Rodin was alles behalve egalitair! Als ‘dank’ voor de creativiteit en inspiratie die Claudel hem heeft gegeven en waardoor hij op het voetstuk kon klimmen van ‘grote meester’, gaf hij haar ’zéro plus zéro égale zéro’……

Wanneer we het beeldenpaar uit de Donaucultuur dan toch moeten vergelijken met een kunstwerk uit onze moderne tijd opteer ik voor ‘De Kus’ van Brancusi.  Dit beeld uit 1916 toont perfect de balans tussen het mannelijke en het vrouwelijke. Het kan haast niet anders dan dat Brancusi bekend was met de Donaucultuur, hij kwam immers uit Roemenië. Brancusi was opgegroeid in het gebied waar vanaf ca. 1860 opgravingen plaatsvonden en een deel van de neolithische Donaucultuur blootlegden. Hoe dan ook, het evenwicht en de egaliteit is overduidelijk in zijn ‘Kus’ aanwezig.

Ik denk dat het heel belangrijk is om het verleden te beschouwen met een ‘open mind’ en niet vanuit pijn of angst. Het doet zeker pijn dat het vrouwelijke lange tijd (bewust) ontkend is en vanuit de ’traditie’ nog vaak buiten beeld blijft, maar het heeft geen zin om vanuit angst het mannelijke te negeren of te transformeren tot iets neutraals. Belangrijk is dat het mannelijke en het vrouwelijke met elkaar in balans komen, evenwaardig zijn en blijven op alle vlakken.

Bedenk dat achter pijn en angst alleen maar vrijheid zit …..

 © 2011 Karin Haanappel

Na de cover nu ook de flaptekst bekend van ‘Herstory of Art’

Michelangelo, Caravaggio, Rodin, Picasso – wie kent ze niet? Anguissola, Gentileschi, Claudel, Goncharova – wie kent ze wel? Samen met veel anderen hebben zij een bijdrage geleverd aan de geschiedenis der kunsten. Vrouwelijke kunstenaars zijn echter vaak in de vergetelheid geraakt of in de schaduw gebleven van ‘de grote meesters’. Immers, de kunstgeschiedenis is hoofdzakelijk gericht op ‘dead white male artists’. Het is nog steeds overduidelijk zijn verhaal (his story) dat de canon van de kunstgeschiedenis bepaalt.

In de jaren zestig en zeventig van de 20e eeuw kwam er vanuit de feministische hoek grote kritiek op deze manier van wetenschap bedrijven. Er werd gezocht naar vrouwelijke kunstenaars en ze werden gevonden. In 1971 onderzocht Linda Nochlin ‘why have there been no great women artists’. Met de nadruk op ‘great’, want inmiddels waren er wel honderden vrouwelijke kunstenaars teruggevonden, maar geen van hen stond op gelijk niveau met ‘de grote meesters’. Talent alleen is dus niet genoeg. Volgens Nochlin heeft dit vooral te maken met de eeuwenlange uitsluiting van vrouwen van het kunstonderwijs en het in stand houden van de heersende beeldvorming en machtsverhoudingen in de kunst.

Vandaag de dag is er nog steeds geen sprake van gelijkwaardigheid tussen mannelijke en vrouwelijke kunstenaars. Zolang wij uitsluitend de traditionele canon der (kunst)geschiedenis voorgeschoteld krijgen, blijft de geschiedenis er een van helden en overwinnaars, van oorlogen en rooftochten. Ook de mythe van het ‘oerpatriarchaat’ wordt dan in stand gehouden. In ‘Herstory of Art’ ontrafelt kunsthistorica Karin Haanappel deze mythe. Zij laat ons een heel andere wereld ervaren, een wereld waarvan ook vrouwen deel uitmaken en waarin niet-westerse en prehistorische culturen eveneens van belang blijken te zijn. Door te starten met de vroegste kunstuitingen in de oude steentijd en vervolgens de vrouwelijke kunstenaars door de eeuwen heen op de kaart te zetten, plaatst zij haar verhaal van de kunst (her story of art) naast zijn verhaal van de kunst (his story of art). De focus ligt vooral op Europa, gezien vanuit een egalitair perspectief, zodat zichtbaar wordt dat kunst van meet af aan is gemaakt door mensen: mannen én vrouwen.

 

Herstory of Art verschijnt op 8 maart 2012 en wordt gepresenteerd in Singer Laren. Kaarten voor deze avond (lezing en boekpresentatie) zijn verkrijgbaar via de theaterkassa van Singer. (www.singerlaren.nl)

 

De cover van ‘Herstory of Art’ is bekend!!!

Heel graag wil ik alvast met jullie de cover van mijn boek ‘Herstory of Art’ delen, ik ben er ontzettend trots op en blij mee!

Op de achtergrond een selectie namen van vrouwelijke kunstenaars door de eeuwen heen, waardoor een subtitel overbodig is geworden. De dame op de afbeelding is Christine de Pisan, schrijvend aan haar Livre de la cité des dames  (1405) met aan haar voeten een trouw hondje. Zo schrijf ik ook, elke dag een stukje, met aan mijn voeten een hondje van 18 jaar oud, mijn steun en toeverlaat…..

Wie denkt er mee over de subtitel van Herstory of Art?

De afgelopen maanden lijkt het rustig te zijn geweest maar niets is minder waar. Ik heb veel onderzoek gedaan en veel opzienbarende ontdekkingen gedaan….. Nu de woorden uit mijn pen laten vloeien en aan het papier toevertrouwen!

Op 8 maart 2012 verschijnt mijn boek met als hoofdtitel ‘Herstory of Art’….
We kennen allemaal de ’History of Art’, immers de kunstgeschiedenis is het verhaal van de grote meesters, overduidelijk his story. Omdat kunst gemaakt wordt door mensen: mannen en vrouwen, maar wij amper iets weten over deze vrouwelijke kunstenaars schrijf ik ‘Herstory of Art’, waarbij ik de focus leg op vrouwelijke kunstenaars vanaf de oude steentijd tot nu. 
Als hoofdtitel gebruik ik natuurlijk ‘Herstory of Art’, het is een prachtige woordspeling! Maar een passende subtitel is ook zeer wenselijk. En daar heb ik jullie bij nodig. Moet de hoofdtitel extra toelichting hebben? Of begrijpt de lezer meteen wat er mee bedoeld wordt? Ik heb al verschillende mensen om feedback gevraagd maar ik zou graag nog meer reacties willen hebben. Wat spreekt jullie aan en vooral wat dekt de lading…..

Ik zet hieronder een rijtje suggesties, maar feedback en  aanvullingen zijn zeer welkom!

1. Vrouwelijke kunstenaars door de eeuwen heen

2. Vrouwen die kunstgeschiedenis schreven

3. Vrouwen in de kunstgeschiedenis

4. Een vrouwelijke kunstgeschiedenis

5. Vrouwen en kunst – een oeroude relatie

6. Over de vrouwen die kunst maken

7. De vrouw en haar plaats in de kunstgeschiedenis

8. De vrouw en haar rol in de kunstgeschiedenis

9. De vrouw als kunstenaar

10. Haar verhaal van de kunst

11. De scheppende kracht van vrouwen in de kunst

12. Het erfgoed van vrouwelijke kunstenaars

13. van Venus tot Nana

14. the power of women through art/creativity 

15.  A historie of women

16. Erfgoed van de kunstenares/ Beeldentaal van de vrouw door de eeuwen heen

17. Kunst vanuit een vrouwelijk perspectief

18. Powervrouwen uit de kunstgeschiedenis

19. van oergraffiti tot tarottuin

NB. Ik denk dat een Nederlandstalige subtitel beter is (zeker omdat de hoofdtitel al in het Engels is) anders wek je de indruk dat het een Engelstalig boek is…..

Alvast bedankt voor je input!
Een email sturen mag ook: info@herstoryofart.nl

2 november 2011: inmiddels is de cover bekend en hebben we ervoor gekozen om geen subtitel te nemen, want de namen van vrouwelijke kunstenaars op de achtergrond spreken voor zich….
Ontzettend bedankt voor alle suggesties en het meedenken, SUPER!

de vrouwelijke kunstenaar uit 27.000 BC

13 juli 1925 – 13 juli 2011

  

Vandaag is het precies 86 jaar geleden dat men het oudste keramieken beeldje (tot nu toe) heeft gevonden. Tijdens opgravingen op een site die tegenwoordig Dolni Vestonice wordt genoemd in Zuid-Moravië (Tsjechië) trof men het beeldje in twee ongelijke stukken aan. Het was slechts 11 cm hoog en 4,3 cm breed en gemaakt van een mengsel van leem en beendermeel. Al snel kreeg het beeldje de naam ‘Venus van Dolni Vestonice‘.

Sinds het midden van de 19e eeuw was het gangbaar geworden om archeologische vondsten die naakte vrouwen vertoonden, aan te duiden als ‘Venusbeelden’. In de 19e eeuw kon je immers alleen een vrouw naakt weergeven als zij een mythologische figuur was. De Romeinse godin Venus voldeed hier perfect aan, zij was ’geboren uit het schuim van de zee’ en droeg daarbij uiteraard geen kleding. Op menig tentoonstelling zoals bijvoorbeeld de jaarlijkse Salon in Parijs pronkten vele ‘Venussen’ gedurende de 19e eeuw.

Maar deze ‘Venus van Dolni Vestonice‘ had helemaal niets te maken met de godin van de schoonheid en de liefde. Zij was vele eeuwen eerder was vervaardigd, ca. 27.000 BC. Uit de oude steentijd kennen wij geen geschreven bronnen die melding maken van een Venus dus wie was zij, deze naakte vrouw en wie had haar met welke reden gemaakt?

Enkele jaren later vonden archeologen op dezelfde site in Dolni Vestonice een paar schouderbladen van een mammoet, die zo lagen opgesteld dat zij het dak vormden van een graf. In het graf lag een menselijk skelet waarop sporen van rode oker nog zichtbaar waren. Het was duidelijk geen gewone persoon die hier begraven lag. Naast het hoofd was een vuurstenen speerpunt geplaatst en in de hand van de overledene was het lichaam van een vos gelegd. Volgens de leider van het archeologisch team was deze vos een duidelijke indicatie dat de persoon in het graf een sjamaan geweest moest zijn. De vos kent wereldwijd een lange traditie als sjamanistisch krachtdier. Groot was de verbazing toen men ontdekte dat de persoon in het graf van Dolni Vestonice een vrouw bleek te zijn geweest. Sjamanen werden in de 20e eeuw vooral gezien als medicijnmannen. Dat er ook vrouwelijke sjamanen waren geweest, was een grote verrassing.

In de jaren’50, vlakbij het graf van de sjamane, werden een soort keramiekovens ontdekt. De ovens waren gevuld met diverse kleiwerken (ruim 800 stuks) zoals handen, voeten, hoofden, beeldjes van mensen en dieren en ruim 2000 kleine balletjes. Buiten de ovens vond men ook een ‘portret’ van een vrouw, wellicht de vrouw uit het graf. Dit portret was gemaakt uit mammoet ivoor. Zou het kunnen dat de sjamane ook een kunstenares was geweest? Maar dat zou betekenen dat het oudste skelet van een sjamaan niet van een man maar van een vrouw was, die bovendien de eerste was waarvan wij weten dat zij beelden in klei maakte en afbakte in een oven. En wellicht had zij ook haar zelfportret gemaakt in ivoor.
Maar dat past totaal niet in het beeld van ‘his story of art‘ ….. vandaar dat wij haar ook ‘vergeten’ zijn.

Het past wel perfect in ‘Herstory of Art’ en daarom wil ik juist vandaag deze vrouwelijke kunstenaar uit 27.000 BC in de spotlights zetten. Meer over haar is te lezen in mijn boek dat op 8 maart 2012 zal verschijnen. Daarin zal ik ook de symboliek toelichten van de ‘Venus van Dolni Vestonice‘ en dieper ingaan op het sjamanisme.

 

Vasari over vrouwelijke kunstenaars

In 1550 verscheen de eerste uitgave (in 1568 de tweede en laatste) van Giorgio Vasari’s ‘Le vite de’piu eccelenti pittori, scultori e architettori’. In dit inmiddels beroemd geworden boek beschrijft Vasari de levens van vele kunstenaars zoals Brunelleschi, Donatello, Da Vinci, Michelangelo, Rafael, Titiaan…… Wanneer je uitsluitend de Nederlandse vertaling raadpleegt, kom je geen enkele vrouwelijke kunstenaar tegen want vreemd genoeg zijn die er in ons taalgebied buiten gelaten! Het origineel en ook de Engelse vertaling van Oxford World Classics noemen wel degelijk vrouwelijke kunstenaars!

Properzia De’Rossi wordt in de eerste uitgave van 1550 vermeld met een eigen Vita. Hoewel zij de enige vrouw is die deze eer krijgt en als beeldhouwster in de Renaissance zeker uniek te noemen is, kon Vasari haar niet anders zien dan met de ogen van zijn tijd. Vrouwen als onderdeel van mannen (immers Eva was uit de zijde van Adam geschapen) zijn niet in staat om echte kunstwerken te maken. Vrouwen zijn slechts een stukje materie met veel emotie maar hebben geen verfijnde geest waaruit inspiratie ontstaat. In tegenstelling tot mannen die vanuit de ‘logos’ werken en goddelijke, bovennatuurlijke creativiteit bezitten. Volgens Vasari was De’Rossi uitsluitend in staat geweest om zulke schitterende werken te maken omdat ze een slachtoffer was van “erotische melancholie”. Dit wordt volgens Vasari duidelijk als je haar werk bekijkt.

Wanneer we naar dit werk uit 1526 kijken, voorstellende het bijbelse verhaal over de verleiding van Jozef door de vrouw van Pothipar, ziet Vasari in de afgebeelde vrouw een zelfportret van De’Rossi die zich hopeloos probeert vast te klampen aan de man die haar liefde niet lijkt te beantwoorden. Vasari meldt dat De’Rossi na dit marmeren reliëf een andere richtig op gaat in haar werk, immers door het ontbreken van een man in haar leven, ontbreekt het haar ook aan voorbeelden en dus aan inspiratie. Overigens vind ik het intrigerend om in dit kunstwerk geen passieve zich onderwerpende vrouw te zien, maar met recht een stukje ‘female gaze’ ;-)

Over een andere vrouwelijke kunstenaar, Plautilla Nelli, weet Vasari te vertellen dat haar beste werken gekopieerd zijn naar originele werken van mannelijke -en dus goddelijke- kunstenaars. Als zij in staat was geweest om te studeren zoals haar mannelijke collega’s had ze misschien wel geleerd om naar de natuur te tekenen en had ze een groots kunstenaar kunnen worden. Helaas was zij niet als man geboren.

Sofonisba Anguissola is tegenwoordig de meest bekende vrouwelijke kunstenaar die Vasari bespreekt, we vinden haar terug in het hoofdstuk over schilders uit Lombardije. Ondanks het feit dat zij geen eigen Vita heeft gekregen, is Vasari over haar het meest positief. “Ma sopra tutti gli ha fatto onore ed è stata eccellentissima nella pittura Sofonisba Angusciola Cremonese con tre sue sorelle”. Toch is zij voor Vasari meer de belichaming van het renaissance-ideaal van de goed opgevoede adellijke vrouw dan een groots kunstenaars, dat is immers alleen voor mannen weggelegd. Hij eindigt zijn stuk over Anguissola met de woorden “Hoe het ook zij, als vrouwen al zo goed levende mensen kunnen voortbrengen, wat een wonder is het wanneer ze ze kunnen schilderen!”.

De Vite van Vasari zijn toonaangevend geworden en maken nog steeds onderdeel uit van de canon van de westerse kunstgeschiedenis. Wanneer deze traditie in stand gehouden wordt, zullen vrouwelijke kunstenaars nooit een gelijkwaardige positie krijgen naast hun mannelijke collega’s. Het lijkt mij goed om de ‘Vasari-bril’ eens af te zetten en te ontdekken wat de wereld van de kunsten nog meer te bieden heeft…… In mijn boek ‘Herstory of Art’ zal ik verder ingaan op deze problematiek.

de inleiding

De kunstgeschiedenis zoals wij die kennen, is hoofdzakelijk gericht op ‘dead white male artists’. Met recht kunnen we spreken over de ‘History of Art’, immers het is overduidelijk zijn verhaal (his story). In de jaren ’60 en ’70 van de 20e eeuw kwam er vanuit de feministische hoek grote kritiek op deze manier van wetenschap bedrijven. Er werd gezocht naar vrouwelijke kunstenaars en ze werden gevonden: The Dictionary of Women Artists beschrijft maar liefst 600 levens van vrouwelijke kunstenaars die geboren zijn voor 1945.

Linda Nochlin onderzocht in 1971 de vraag ‘Why have there been no great women artists’ met nadruk op het begrip ‘grote’. Want inmiddels waren er wel honderden vrouwelijke kunstenaars terug gevonden maar geen van hen stond op gelijk niveau met grote meesters als Michelangelo, Rembrandt of Picasso. Talent alleen is dus niet genoeg!

 

Zoals de Guerilla Girls vanaf de jaren’80 aantonen, is er nog niet veel veranderd: zie bovenstaande afbeeldingen uit 1988 en 2005. En dit beeld zal naar mijn idee ook niet echt gaan verdwijnen zolang wij uitsluitend onze vaderlandse geschiedenis voorgeschoteld krijgen! Een geschiedenis van helden en overwinnaars, in dit geval de Grote Meesters uit de kunstgeschiedenis. Daarom is het belangrijk om ook onze moederlandse geschiedenis te leren kennen. Het vaderland (patriarchaat) begon pas te domineren rond 5000 v. Chr. Daarvoor waren er egalitaire samenlevingen zonder oorlog, hiërarchie en macht. Bovendien stonden vrouwen centraal in de samenleving vanwege hun levengevende capaciteiten. 

Wanneer wij vanuit het moederland door de eeuwen heen naar onze huidige tijd reizen, komen we vele talentvolle vrouwen tegen. Om deze kunstenaressen in ere te herstellen schrijf ik mijn boek ‘Herstory of Art’ waarin vrouwelijke kunstenaars vanaf de oude steentijd tot nu gepresenteerd worden. Oftewel ’van Venus tot Nana’……

het begin

Het kunstgeschiedenis cursusseizoen is ten einde en de meivakantie van de kinderen is bijna voorbij. Ik heb nog wel wat lezingen en studiedagen staan maar het echte werk kan beginnen! En dat betekent starten met het schrijven van ‘Herstory of Art’.
De ruwe opzet staat al, zeker na alle lezingen die ik de afgelopen jaren heb gegeven over dit onderwerp met unaniem enthousiaste en positieve reacties van de toehoorders.
Vanaf maandag ga ik me buigen over de inleiding maar eerst nog genieten van ons gezin morgen!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.