De Accademia di San Luca en de uitsluiting van vrouwen in 1607

In 1563 richtte Giorgio Vasari in Florence de Accademia del Disegno op, onder bescherming van groothertog Cosimo I en met hulp van de grootste, nog levende kunstenaar Michelangelo. De meest vooraanstaande kunstenaars aan het hof van De’ Medici (inclusief Vasari zelf) werden automatisch lid van de academie. Vasari’s doel met deze academie was vooral maatschappelijke erkenning voor het kunstenaarschap. Schilders en beeldhouwers hoorden nog tot gildes die niet alleen een grote macht over ze hadden, maar hen ook gelijk stelden aan andere ambachtslieden. Vasari wilde de werkelijke kunstenaars, schilders en beeldhouwers die voorheen tot verschillende gildes behoorden, met elkaar verenigen. Kunstenaars hadden namelijk in de ogen van Vasari een sterke persoonlijkheid en een universele, goddelijke genialiteit in tegenstelling tot andere ambachtslieden.

Vasari - la pittura Vasari, la pittura, 1542, Casa Vasari, Arezzo

Het onderwijsprogramma dat Vasari had samengesteld, bestond uit kennis van de klassieke oudheid in beeld en taal, beheersing van het mathematisch perspectief, toepassing van de gulden snede en bestudering van de menselijke anatomie. Hoewel deze Accademie del Disegno ook open stond voor vrouwen was het vooral een mannenbolwerk. De heersende, christelijke opvattingen uit die tijd maakten dat men het idee had dat mannen, als evenbeeld van God, bij uitstek geschikt waren voor het creëren van ware kunstwerken. Wanneer vrouwen ook in staat bleken te zijn om grootse werken te vervaardigen, was dat uitzonderlijk en werd dat alom verspreid. Het feit dat Vasari in zijn ‘Levens’ ook (eigentijdse) vrouwelijke kunstenaars bespreekt, geeft aan dat hij echt niet om hen heen kon. Zij waren allen een virtuosa. Bovendien prijst Vasari deze vrouwelijke kunstenaars niet alleen vanwege hun talent, maar ook om hun sociale en professionele status. Een schrijver als Vasari kon immers niet om het respect heen dat deze vrouwen kregen van hun patronen.

In navolging van de academie in Florence richtte Frederico Zuccari, onder auspiciën van de paus, in 1593 de Accademia di San Luca op in Rome. Met deze academie borduurde hij voort op de ideeën van Vasari en ging zelfs een stap verder. In zijn boek ‘L’idea de’pittori, scultori et architetti’ (1607) paste hij de definitie van disegno aan zijn eigen denkbeelden aan. Hij stelde dat de betekenis van disegno eigenlijk il vero segno di Dio in noi (het ware teken van God in ons) was en daarmee maakte hij het exclusief mannelijk. Immers, als het artistiek scheppen een goddelijke oorsprong heeft, zijn het uitsluitend mannen die kunnen creëren, omdat zij – gelijk Adam – het evenbeeld van God zijn. Vrouwen hebben niet de mogelijkheid om God (en daarmee de scheppende, creatieve krachten) in zichzelf te ervaren omdat, zij – gelijk Eva – slechts een deel van de man zijn. In 1607 liet Zuccari officeel vastleggen dat vrouwen voortaan van het academische onderwijs zouden worden uitgesloten. Aangezien de Accademia di San Luca het prototype werd van alle Europese academies ontstond een situatie waarbij vrouwen in de wereld van de kunsten nog meer ondergeschikt gemaakt werden aan mannen. De uitsluiting van academisch onderricht heeft tot ver in de 19e eeuw geduurd. In 1897 opende de Académie des Beaux-Arts in Parijs voor het eerst haar deuren voor vrouwelijke kunstenaars, de andere landen volgden gestaag.

Fede Galizia, portret van Frederico Zuccari Fede Galizia, portret van Frederico Zuccari, 1604, Florence

Dit portret van Frederico Zuccari uit 1604 is lange tijd aangezien voor een zelfportret. Het bevindt zich in de Galleria degli Uffizi in Florence. Het was gebruikelijk dat toonaangevende kunstenaars, op verzoek van de Medici, hun zelfportret instuurden voor de portrettengalerij van het Uffizi. Zuccari heeft een portret ingestuurd dat geschilderd is door Fede Galizia (1578-1630). Haar volledige naam staat op de achterkant van het schilderij. Pas in 1988, toen het schilderij werd schoongemaakt en gerestaureerd, is men erachter gekomen dat het niet om een zelfportret ging, maar om een portret geschilderd door een befaamde kunstenares uit Milaan. Fede Galizia werd in haar tijd gezien als een ware virtuosa.

© Karin Haanappel

Uit het boek Herstory of Art door Karin Haanappel
Meer informatie: www.herstoryofart.nl 

 

Colleges Herstory of Art: renaissance & maniërisme

Als we aan de Italiaanse renaissance denken, doemt vaak direct het beeld op van de stad Florence. Daar heeft Vasari wel voor gezorgd toen hij ‘De Levens van de meest prominente schilders, beeldhouwers en architecten’ schreef en in 1550 overhandigde aan hertog Cosimo I van Florence. Vasari laat heel bewust de wedergeboorte van de klassieke oudheid plaatsvinden in Florence en stelt dat kunst uit andere steden overwegend in haar schaduw staat. Alleen als hij er echt niet omheen kan, noemt hij ook kunstenaars uit andere steden. Zo schrijft hij onder andere over Titiaan uit Venetië én over vrouwelijke kunstenaars uit Bologna en Cremona. Om de Levens van deze vrouwen te lezen, kun je helaas niet uit de voeten met een Nederlandse vertaling van Vasari’s boek want daar zijn ze van meet af aan buiten gehouden, in tegenstelling tot vertalingen in andere talen! Zie: https://herstoryofart.wordpress.com/2011/06/25/vasari-over-vrouwelijke-kunstenaars/

vasari over vrouwelijke kunstenaars

Vasari schrijft uitvoerig over Properzia De’ Rossi (ca. 1490-1529) en Sofonisba Anguissola (ca. 1535-1625). Over deze laatste is hij zo lovend dat hij uitspreekt “De vrouwen zijn in staat van uitmuntendheid terecht gekomen. In elke kunstdiscipline die zij in hun handen krijgen.” Lees verder in het artikel Arte delle Donne ~ Enkele vrouwelijk kunstenaars uit de Italiaanse Renaissance: https://herstoryofart.wordpress.com/2012/06/16/arte-delle-donne-enkele-vrouwelijke-kunstenaars-uit-de-italiaanse-renaissance/

Tijdens de renaissance kwam de Querelle des Femmes tot volle bloei, een pennenstrijd om vrouwen die duurde tot de Franse Revolutie. De geschreven teksten weerspiegelden de discussies die plaatsvonden in universitaire kringen, kerkelijke instanties en diverse hoven. Zowel mannen als vrouwen droegen hun steentje bij en keerde zich tegen de misogyne tradities of onderschreven ze. Lees meer in het volgende artikel en bekijk ook de bijgevoegde video’s:  https://herstoryofart.wordpress.com/2014/04/25/het-querelle-des-femmes-een-pennenstrijd-om-vrouwen/

Het lijkt alsof er voor vrouwen geen renaissance heeft plaatsgevonden en dat is in Florence ook zeker het geval geweest tijdens het quattrocento (lees pag. 84-87 in Herstory of Art). Toch kent Italië zeer getalenteerde kunstenaressen, veelal afkomstig uit Bologna. Deze stad heeft vanaf de late 11e eeuw een universiteit waar ook vrouwen werden toegelaten. Het culturele klimaat in Bologna vertoonde destijds opvallend veel overeenkomsten met Occitanië wat een reden kan zijn voor deze gelijkwaardigheid. Lees over de Occitaanse renaissance is dit artikel: https://herstoryofart.wordpress.com/2014/03/23/de-occitaanse-renaissance/

Bologna een renaissance voor vrouwen

Bologna kent een lange traditie van talentvolle kunstenaressen, waarvan er vier besproken worden in Herstory of Art.

1. De heilige Catherina dei Vigri (1413-1463)

2. Properzia De’ Rossi (ca. 1490-1529)

3. Lavinia Fontana (1552-1614)

4. Elisabetta Sirani (1638-1665)

Uiteraard kende ook Noord-Europa vrouwelijke kunstenaars, zowel in de 15e als de 16e eeuw. Vooral in Vlaanderen zijn veel namen van vrouwelijke kunstenaars bekend. Vier ervan worden besproken in Herstory of Art.

1. Agnes vanden Bossche (ca. 1435-1504)

2. Margaretha van Eyck (gestorven voor 1426, zuster van gebroeders Van Eyck)

3. Levina Teerlinc-Bening (1510/20-1576)

4. Catharina van Hemessen (ca. 1527-1581)

Op het YouTube kanaal van Herstory of Art zijn video’s te bekijken van enkele vrouwelijke kunstenaars die besproken zijn in het College renaissance & maniërisme.

Lees meer over renaissance & maniërisme in ‘Herstory of Art’ pagina 82-99.

© Karin Haanappel

Uit het boek Herstory of Art door Karin Haanappel
Meer informatie: www.herstoryofart.nl 

 

 

Het Querelle des Femmes, een pennenstrijd om vrouwen

Het Querelle des Femmes is een lange, ononderbroken, literaire strijd tussen auteurs die vrouwen aanvielen en degenen die hen verdedigden. Een pennenstrijd waarbij zowel mannelijke als vrouwelijke schrijvers in opstand kwamen tegen zeer misogyne uitspraken. Het debat duurde ruim drie eeuwen, vanaf de vroege 15e eeuw tot de Franse Revolutie, en werd in verschillende Europese landen in diverse talen gevoerd. Dat de Querelle des Femmes stopte na de Franse Revolutie betekende overigens niet dat de misogyne uitspraken ophielden te bestaan……

christine de pisan @herstoryofart

Met haar ‘Le Livre de la Cité des Dames’ (1405) wordt Christine de Pisan (1364-1430) doorgaans gezien als een van de eerste vrouwen die een bijdrage leverde aan de Querelle des Femmes. In een allegorische uiteenzetting schets zij een situatie – een Stad der Vrouwen – waar vrouwen veilig kunnen wonen zonder mikpunt te worden van de spot van mannen, waar hen recht zal worden aangedaan en waar zij beschermd worden tegen alle valse aantijgingen. Het is interessant te ontdekken dat dit boek uit het begin van de 15e eeuw nog steeds actueel is. Zo stelt Christine de Pisan ‘dat er niets is wat meisjes niet zouden kunnen doen en jongens wel. Het is de maatschappij die bepaalt wat aan mannen en wat aan vrouwen moet worden overgelaten. Als we dit idee loslaten, kunnen mannen en vrouwen naast elkaar in balans samenleven.’

Bekijk ook onderstaande Engelstalige video over Renaissance-vrouwen. Daarin komt heel duidelijk naar voren hoe er vanuit kerkelijke instanties en wereldse hoven naar vrouwen werd gekeken.

Een andere belangrijke bijdrage aan het Querelle des Femmes werd geschreven door Anna Maria van Schurman (1607-1678). In het Latijn schreef zij een ‘verhandeling over de geschiktheid van de vrouwelijke geest voor de wetenschap en letteren’. Toen in 1636 de Universiteit Utrecht werd opgericht, maakte Van Schuurman een openingsgedicht, in het Latijn. Ook mocht zij als eerste vrouw colleges volgen aan deze universiteit. Omdat dit ongebruikelijk was voor vrouwen werd er speciaal voor haar een loge ingericht, waar zij ongezien door mannen het onderwijs kon volgen. Onderstaande video toont een aflevering van ‘Verleden van Utrecht’ over Anna Maria van Schurman.

Een van de laatste vrouwen een bijdrage leverde aan het Querelle des Femmes was Mary Wollstonecraft (1759-1797) met haar ‘A Vindication of the Rights of Woman: with Strictures on Political and Moral Subjects’ in 1792. Daarin stelt zij dat vrouwen van nature niet inferieur zijn aan mannen, maar dat gebrek aan de juiste educatie er wel toe kan leiden dat mannen zich superieur voelen aan vrouwen. Ze stelt dat mannen én vrouwen als rationele en gelijkwaardige mensen moeten worden beschouwd en dus dezelfde educatie moeten krijgen. Wollstonecraft stierf vlak na de geboorte van haar dochter, de schrijfster van Frankenstein, Mary Shelley. Onderstaande video geeft een impressie van het leven en werk van Mary Wollstonecraft.

© Karin Haanappel

Uit het boek Herstory of Art door Karin Haanappel
Meer informatie: www.herstoryofart.nl 

Colleges Herstory of Art: middeleeuwen

De middeleeuwen worden gewoonlijk gesitueerd tussen de klassieke oudheid en de renaissance (ca. 500- ca. 1500). Door de enorme focus vanuit de renaissance op de klassieke oudheid zijn deze ‘midden eeuwen’ vaak als donker en duister afgedaan. Het klassieke erfgoed zou door de opkomst van het christendom en de vele oorlogen in verval zijn geraakt. Toch is enige nuancering op z’n plaats want de middeleeuwen waren zeer verlichtend en de antieke cultuur is nooit helemaal uitgestorven.

middeleeuwen @herstoryofart

Na de val van Rome (476) verdwenen de Romeinse keizers uit het westen en maakten plaats voor nieuwe heersers: de pausen die op hun beurt gebieden annexeerden (kerstenden) en een groot christelijk rijk nastreefden. Om eenheid te bewerkstellingen had de Kerk van Rome de studie van Griekse en Romeinse  literatuur verboden. Deze teksten werden als heidens, gevaarlijk en overbodig beschouwd. Door de christelijke leer was er een einde gekomen aan het nut van zelfstandig denken. Toch kwam er bij tijd en wijle heidense kennis Europa binnen en was er meer dan eens sprake van een renaissance zoals bijvoorbeeld in Ierland (voor 800) of de Karolingische renaissance (rond 800). En tegen de achtergrond van de Occitaanse cultuur (12e eeuw) konden het humanisme en de Italiaanse renaissance zich ontwikkelen. Zie ook het artikel over de Occitaanse renaissance: https://herstoryofart.wordpress.com/2014/03/23/de-occitaanse-renaissance/

Uiteraard kende de middeleeuwen ook vrouwelijke kunstenaars, zowel in kloosters als in gildes. Het klooster bood vrouwen de mogelijkheid om zich te bevrijden van de mannelijke dominantie en zich volledig te wijden aan andere taken dan huwelijk en moederschap. Een van de belangrijkste taken van kloosterlingen was het kopiëren van de heilige teksten. Deze bezigheid wordt omschreven als ‘monnikenwerk’ maar het waren ook nonnen die deze taken verrichtten! Het toeschrijven van middeleeuwse manuscripten aan anonieme meesters wekt ten onrechte de indruk dat vrouwen hier geen rol in speelden. Belangrijk is te achterhalen uit welk klooster (voor mannen of vrouwen) een manuscript komt, dan kan ook geconcludeerd worden of het door een man of een vrouw is gemaakt. De meeste kopiisten signeerden hun werk namelijk niet en de uitzonderingen hierop tonen een gelijke hoeveelheid mannen en vrouwen namen.

Guda ME @herstoryofart

Uit de late middeleeuwen zijn meer vrouwelijke nonnen bij naam bekend, zoals de donna universale Hildegard von Bingen (1098-1179) en Herrad von Landsberg (ca. 1130-1195). Deze vrouwen waren deskundig op vele terreinen: kosmologie, natuurwetenschappen, natuurgeneeskunde, flora en fauna, politieke en religieuze debatten, filosofie (artes liberales), poëzie, schilderkunst en muziek.

Met de opkomst van de steden in de late middeleeuwen ontstonden ook de gildes, waarin de ambachten werden ondergebracht. Gildes waren machtige organisaties die lidmaatschap vereisten en de producten van de ambachtslieden controleerden en verhandelden. Ook vrouwen konden lid worden van een gilde en waren gebonden aan dezelfde regels en plichten als mannen. In de 14e en 15e eeuw komt daar langzaam verandering in. Mannen gaan de ambachten van vrouwen overnemen en gebruiken de sociale structuur van het gilde om hun eigen, economische positie veilig te stellen. Op veel plaatsen zien we de namen van vrouwen uit de gilderegisters verdwijnen. Toch konden vrouwen vaak achter de schermen nog meewerken in het atelier van hun vader of echtgenoot. Hun kunstwerken zijn vaak niet bekend geworden onder hun eigen naam (ze stonden immers niet ingeschreven in het gilderegister en betaalden ook geen lidmaatschap) maar onder de naam van hun vader of man. Voor de buitenwereld betekende dit echter dat slechts de man gezien werd als de kunstenaar wat er in latere eeuwen zelfs toe heeft geleid dat de ontdekking van vrouwelijke kunstenaars uit de late middeleeuwen werden toegeschreven aan mythevorming. Een van die mythes betreft Sabina von Steinbach die in de 14e eeuw het zuidportaal van de kathedraal van Straatsburg heeft gedecoreerd. Het beeld ‘de Synagoge’ is haar zelfportret. In Straatsburg spreekt men al eeuwen over haar, maar in de 19e eeuw is men gaan twijfelen aan haar echtheid want een vrouw kan toch nooit het zware werk van een steenhouwer doen?

Sabina von Steinbach @herstoryofart

Vanuit een subjectieve beleving (met name in de 19e eeuw) is het idee ontstaan dat er in de middeleeuwen amper vrouwelijke kunstenaars werkzaam waren, dat is absoluut niet het geval. Tijdens het college over de middeleeuwen is aangetoond dat vrouwen zowel in kloosters als in de gildes actief waren. We kunnen zelfs spreken over een evenredig aantal mannen en vrouwen. Niet al het werk is gesigneerd, maar onbekend maakt niet per definitie mannelijk. Het is belangrijk de kunstwerken te beschouwen vanuit de context van de tijd waarin ze zijn ontstaan. Daarom is het ook noodzakelijk authentiek bronnenmateriaal te bestuderen en niet af te gaan op latere interpretaties.

Lees meer over de middeleeuwse kunst in ‘Herstory of Art’ pagina 70-81.

© Karin Haanappel

Uit het boek Herstory of Art door Karin Haanappel
Meer informatie: www.herstoryofart.nl 

De Occitaanse renaissance

In Zuid-Frankrijk ontstond in de 12e eeuw een hoofse cultuur waarin vrouwen een belangrijke rol en betekenis kregen. Deze nieuwe cultuur werd verspreid door troubadours die rondtrokken en hun liederen en verhalen ten gehore brachten aan de verschillende hoven. De meeste troubadours bespeelden instrumenten en vergezelden hun liederen van muziek om op te dansen. Deze nieuwe gezangen waren anders dan voorheen en kenden een verfijnde schoonheid. Het meest kenmerkende was de gepassioneerde wijze waarop de liefde (de minne) en de domna (de vrouwe) werden bezongen in de eigen taal, het Occitaans. Het Occitaans is een Romaanse taal en – na de klassieke oudheid – de eerste landstaal waarin poëzie en literatuur werden geschreven. Het woord ‘troubadour’ is afkomstig van het Occitaanse woord ‘trobar’ (vinden). De troubadours waren de uitvinders van de hoofse minnezangen. Al snel werd het Occitaans de nieuwe cultuurtaal van Europa. Zelfs Dante Alighieri heeft nog overwogen om ‘La Divina Commedia’ in het Occitaans te schrijven.

carta de l'occitania @herstoryofart

Occitanië was het land waar ‘Ja’ tegen het leven werd gezegd, ‘Oc’ betekent namelijk ‘Ja’ in het Occitaans.
Men sprak De Taal van JaLa Langue d’Oc, tegenwoordig verbasterd tot Languedoc.

Occitanië was een bloeiende, multiculturele samenleving. Er woonden christenen, joden en moslims in verdraagzaamheid naast en met elkaar. In Montpellier ontstond een van de eerste universiteiten van Europa, waar ook de klassieke literatuur werd bestudeerd, zodat met recht kan worden gesproken van een Occitaanse renaissance. De antieke kennis was overgeleverd via de Arabische wereld. Kort nadat de studie van de klassieke literatuur in de vroege middeleeuwen door de kerk van Rome was verboden, werd deze in het Midden-Oosten juist ijverig ter hand genomen door de aanhangers van een nieuwe godsdienst, de islam. De Arabische cultuur werd in Occitanië met veel enthousiasme ontvangen. Men leerde niet alleen klassieke schrijvers als Aristoteles kennen, maar kreeg ook kennis van de sterrenkunde, de algebra, de alchemie en de geneeskunde. Occitanië was een smeltkroes van culturen, waar ook de joden in alle vrijheid de kabbalistische mystieke leer verder konden uitwerken. De Zohar, het standaardwerk van de joodse kabbala, werd geschreven in Toulouse. Voor de paus van Rome was Occitanië een doorn in het oog. Het terugkeren van de verboden kennis kon niet goed zijn. Bovendien werd het gebied bevolkt door mensen die zich chrétiens of amis de Dieu noemden, maar in de ogen van paus Innocentrius III waren het ketters. Tegenwoordig kennen wij deze christenen als de Katharen.

Montségur @herstoryofart

De Katharen waren gnostici en accepteerden het gezag van de kerk van Rome niet. Zij kenden hun eigen doop, het Consolamentum. Door handoplegging werd de doop verricht en kon de Heilige Geest wijsheid brengen. In het Evangelie van Johannes wordt de Heilige Geest de trooster genoemd, vandaar Consolamentum (vertroosting). De Katharen hadden geen kerkgebouwen. Immers, de gnosis – kennis van het hart – huist in de mens.

In 1209 heeft paus Innocentius III een kruistocht afgekondigd voor Occitanië. Het was het begin van een strijd tegen de Katharen, waarin hij werd gesteund door de Noord-Franse koning. Uiteindelijk werd Occitanië ingelijfd bij Frankrijk en ging de Occitaanse cultuur ten onder. Veel Occitaniërs trokken naar Noord-Italië en met hun kennis van de klassieken legden ze daar de basis voor de Italiaanse renaissance.

© Karin Haanappel
De tekst is ontleend aan het boek  ‘Herstory of Art’ (2012)

Uit het boek Herstory of Art door Karin Haanappel
Meer informatie: www.herstoryofart.nl 

Colleges Herstory of Art: preklassieke en klassieke kunst

In de vorige colleges hebben we gezien dat vrouwen een essentiële rol hebben gespeeld in de samenleving en daarmee ook in het vervaardigen van kunstwerken. Vanaf ca. 6500 BC hebben vrouwen de keramiektraditie ontdekt en toegepast op grote schaal. Ze hebben potten, schalen, vazen en Venusbeelden gecreëerd waarbij het centrale thema de cyclus van het leven is. Dit is duidelijk zichtbaar in de cyclische patronen op het aardewerk en ook in de symboliek van dieren zoals vogels en slangen in hun regenererende functie. Deze cyclische patronen zijn tot op de dag van vandaag aanwezig in onze westerse samenleving, alleen is de betekenis niet altijd voor iedereen duidelijk. Dat komt omdat de traditionele (kunst)geschiedenis de klassieke oudheid nog steeds ziet als de bakermat van onze westerse beschaving en niet terugkijkt naar prehistorische culturen. Daardoor is het overduidelijke verband niet meer zichtbaar. Helaas wordt er nog steeds vooral naar het verleden gekeken vanuit een dominant en hiërarchisch oftewel lineair gericht referentiekader.

oud europa versus cycladen

De overeenkomst tussen de beeldtaal uit Oud Europa (ca. 5000 BC) en de Cycladen (ca. 2800 BC) is overduidelijk. Het volle vrouwelijke onderlichaam en het fallische hoofd  – symbool voor het vrouwelijke en het mannelijke – zorgen samen voor de continuering van het leven. Toch wordt het Cycladische beeld nog steeds aangeduid als een ‘viool-figuur’.

Ook een eiland als Kreta en haar Minoïsche kunst wordt nog steeds vanuit een lineair perspectief benaderd. Lees meer in mijn artikel Kreta, het einde van Oud Europa (daar staat ook een interessante documentaire over het Minoïsche Kreta):  http://oudeuropa.wordpress.com/2013/10/23/kreta-het-einde-van-oud-europa/

oud europa versus geometrische stijl

De geometrische stijl in de Griekse kunst is zo genoemd omdat men de patronen niet kon thuisbrengen en uitsluitend voor decoratie aanzag. Toch kunnen we ook hier een duidelijke parallel waarnemen tussen de beeldtaal uit Oud Europa en de zogenaamde geometrische motieven op het Griekse keramiek uit de 9e tot 6e eeuw BC.

Met de expansiedrift van de Grieken ontstond een groot en machtig rijk. Hoe meer de dominantie toenam, hoe patriarchaler de samenleving ook werd. In de 4e eeuw BC is het beeld van de ideale vrouw geboren, een beeld waar we tot op de dag van vandaag mee geconfronteerd worden: https://herstoryofart.wordpress.com/2013/10/23/het-vrouwbeeld-verandert-in-de-4e-eeuw-bc-en-de-ideale-vrouw-wordt-geboren/

De kunstenaar in de klassieke oudheid werd gezien als een persoon die een ambacht uitoefende waarbij men iets met de handen maakte en waarvoor werd betaald. Daardoor genoten kunstenaars veel minder aanzien dan dichters en musici en maakten zij ook geen deel uit van de beoefenaars van de vrije kunsten. We kunnen stellen dat we ongeveer evenveel mannelijke als vrouwelijke kunstenaars uit de Griekse oudheid bij naam kennen. Echter, de canon van de westerse kunstgeschiedenis die in de 19e eeuw voor het eerst werd geformuleerd, heeft de man als scheppend genie naar voren geschoven en daarmee onze blik vertroebeld.

lago di bolsena

De Etrusken (een verzamelnaam voor verschillende culturen) waren oorspronkelijke egalitaire samenlevingen die existeerden te midden van de dominante Grieken en Romeinen. Veel van de tradities uit neolithische tijden zijn nog terug te vinden bij de Etrusken. Lees in ‘Herstory of Art’ het hoofdstuk over ‘Vrouwen van aanzien in de Etruskische cultuur’ (pag. 60-64).

male gaze versus female gaze in ancient Pompeii

We mogen concluderen dat er in de klassieke oudheid evenredig veel mannen als vrouwen zich hebben beziggehouden met het creëren van kunst. Dat ze ieder vanuit hun eigen belevingswereld schilderden, toont bovenstaande afbeelding goed aan. Inmiddels zijn we in de ons bekende tijden van hiërarchie en macht terecht gekomen en is het overduidelijk dat daar ook de macht over vrouwen toe gerekend kan worden.

Lees meer over preklassieke en klassieke kunst in ‘Herstory of Art’ pagina 45-70.

© Karin Haanappel

Uit het boek Herstory of Art door Karin Haanappel
Meer informatie: www.herstoryofart.nl 

Het vrouwbeeld verandert in de 4e eeuw BC en de ideale vrouw wordt geboren

Vanaf het einde van de 4e eeuw BC verandert het vrouwbeeld in de Griekse kunst. De tijd van de volle Venusbeelden uit paleolithische en neolithische tijden was al geruime tijd voorbij. De traditie was nu om vrouwenbeelden gekleed te maken zodat er niet langer een associatie zou zijn met vruchtbaarheid. Immers, de Grieken hadden een god van de vruchtbaarheid: Dionysos. Hij was geboren uit het dijbeen van zijn vader Zeus en had nooit een moederfiguur gekend. Voor hem waren vrouwen om plezier mee te maken.
En dan verschijnen ineens de eerste naakte vrouwenbeelden in de Griekse oudheid. Dit is te danken aan de beeldhouwer Praxiteles, die een beeld maakte van een naakte Aphrodite, godin van de schoonheid en de liefde, die net op het punt staat een bad te nemen. Haar kleding heeft zij al uitgetrokken en over een vaas gedrapeerd. Haar rechterhand houdt zij voor haar poort des levens, in latere tijden aangeduid als schaamstreek. Dit doet zij niet om zich te schamen, maar om aan te geven dat vruchtbaarheid niet aan de orde is. Het gaat immers om de schoonheid en aantrekkelijkheid van Aphrodite als liefdesgodin. Met andere woorden, het gaat om lust en liefde, niet om vruchtbaarheid en voortplanting. Het origineel is helaas verloren gegaan en we kennen het beeld alleen nog maar van Romeinse kopieën. Het staat bekend als de Venus van Knidos. In de oudheid geloofde men dat vrouwelijk naakt aphroditische krachten had: alleen al door het kijken naar een naakte Venus zouden seksuele gevoelens worden opgewekt die voortvloeien uit de liefdesgodin zelf.

Aphrodite van Knidos, Romeinse kopie

Praxiteles heeft het beeld in opdracht van de bewoners van het eiland Kos gemaakt, maar toen bleek dat de godin naakt was verbeeld, weigerden ze het. Praxiteles maakte een nieuwe, geklede versie voor het eiland Kos en de naakte versie werd geschonken aan het eiland Knidos. Plinius vertelt dat het beeld een grote toeristische trekpleister werd en daarmee het meest beroemde beeld van de Griekse oudheid. De Venus van Knidos had een grote aantrekkingskracht op mannen. Romeinse auteurs verhalen eeuwen later nog over een jongeman die speciaal naar Knidos was gekomen om dit beeld te zien. Hij was op slag verliefd geworden en had zich op een nacht in de tempel  -waar het beeld zich bevond- opgesloten en de liefde met het beeld bedreven. Het gevolg was een donkere vlek die nooit meer wegging! Of het verhaald op waarheid berust, is niet interessant. Met dit verhaal over de Aphrodite van Praxiteles wordt de ideale vrouw geboren, een traditie die tot de dag van vandaag voortduurt en die zelfs wordt weerspiegeld in de figuur van Barbie. Zolang de klassieke oudheid gezien wordt als bakermat van onze westerse beschaving, zal dit type vrouw de ideale vrouw blijven symboliseren.

de ideale vrouw

© Karin Haanappel
De tekst is ontleend aan het boek  ‘Herstory of Art’ (2012)

Uit het boek Herstory of Art door Karin Haanappel
Meer informatie: www.herstoryofart.nl