Tagarchief | cucuteni

De vergeten wereld van Oud Europa: de Donaucultuur 5000-3500 BC

De naam Oud Europa roept nogal eens vraagtekens op: bedoel je de klassieken? Nee, die bedoel ik niet. Ik heb het over de neolithische samenlevingen in Oost-Europa die samen de Donaucultuur vormden. Het neolithicum (de nieuwe steentijd) is veel verder terug in de tijd dan de klassieke oudheid…..

Traditiegetrouw leren wij dat de bakermat van onze beschaving ligt in de klassieke oudheid. De prehistorie (de tijd voordat er geschreven bronnen waren) is in de beleving van velen primitief en ongeciviliseerd en daarmee niet interessant. Deze beperkte benadering van het verleden is helaas nog steeds in zwang. Daarmee ontstaat niet alleen een hiaat in de geschiedenis, het is ook een gemiste kans ten aanzien van gender. In de klassieke oudheid hebben we namelijk reeds te maken met een mannelijke dominantie op sociaal-maatschappelijk vlak, wat theologisch en politiek ondersteund wordt. Dit soort dominante samenlevingen ontstaan pas na het neolithicum.

In het paleolithicum (ca. 40.000-10.000 BC) leefden de mensen als jagers/verzamelaars en trokken over de bewoonbare delen van de aarde. Sociaal-maatschappelijk bekeken, waren de rondtrekkende stammen egalitair: mannen en vrouwen beschouwden elkaar als gelijkwaardig waarbij ieders expertise werd aangesproken om de stam in balans te houden. Er was sprake van een natuurlijke taakverdeling waarbij mannen het jagen op groot wild op zich namen en vrouwen zich bezighielden met het verzamelen van voedsel: noten, vruchten, planten, kruiden en klein wild. Daarmee zorgden de vrouwen voor 75% van de voedselvoorziening. Het is vanzelfsprekend dat het doorgeven van leven heel essentieel was/is voor rondtrekkende stammen, oftewel dat de cyclus van het leven letterlijk de rode draad was/is. Wanneer de essentie van geboorte, leven, dood en wedergeboorte (de levenscyclus) in beeldtaal uitgedrukt wordt, is het niet verwonderlijk dat vrouwen daarbij meer in beeld worden gebracht dan mannen. De rol van vrouwen is aanzienlijk groter in het levengevende principe. Immers, zij dragen het leven, baren, om vervolgens ook nog te voeden. Symbolisch gezien IS de vrouw het Leven.

De paleolithische kunst kent twee soorten en bij beide komen we zowel abstracte als figuratieve vormen tegen:
1. mobiele kunst (kleine draagbare beeldjes uit verschillende materialen vervaardigd)
2. permanente kunst (grot- en rotsschilderingen)

Zoals in een eerder geschreven blog over ‘de vrouwelijke kunstenaar uit 27.000 BC’ (klik hier) al naar voren kwam, noemt men in de kunstgeschiedenis de paleolithische vrouwelijke beeldjes: Venuskunst. Deze beeldjes zijn klein en draagbaar, hebben grote borsten, billen en buik, vertonen vaak sporen van rode oker (symbool voor levensbloed) en hebben doorgaans geen herkenbaar gezicht. De benen van de beeldjes zijn tegen elkaar geklemd en geven vanaf het middel een driehoek weer. Door veel (mannelijke) wetenschappers worden dit soort Venusbeeldjes met een ‘male gaze’ bekeken en gezien als ‘steentijdpornografie’. Daar ben ik het niet mee eens, want pornografie bestond nog niet in de oude steentijd, er was namelijk nog geen mannelijke dominantie. In situaties waarin man/vrouw als evenwaardig worden gezien, bestaat natuurlijk wel erotiek en seksualiteit, maar geen pornografie of verkrachting. Het lijkt misschien een nuanceverschil,  maar er zit een wereld van verschil tussen…….

In het neolithicum (ca. 10.000 – 3500 BC) ontstond, op verschillende plaatsen in de wereld, het fenomeen landbouw en veeteelt waardoor mensen een meer sedentair bestaan kregen. Dit had alles te maken met klimatologische veranderingen. Toch bleven mensen naast het domesticeren van planten en dieren lange tijd jagen en voedsel verzamelen. De aanvankelijk kleine gemeenschappen groeiden langzaam uit tot grotere nederzettingen. Daaruit ontstonden vervolgens twee typen samenlevingen (bron: H. Haarmann ‘Foundations of Culture, Knowledge-Construction, Belief Systems and Worldview in Their Dynamic Interplay’ uit 2007):
1. egalitaire culturen
2. dominantie culturen
Het grootste verschil is dat dominantie culturen een centraal gezag hebben, hiërarchie kennen en koloniseren. Egalitaire culturen zijn in balans en gericht op het in stand houden van de eigen samenleving en niet gericht op expansie. Dominantie culturen kunnen egalitaire culturen annexeren (denk bijvoorbeeld aan hoe de Etrusken opgegaan zijn in het Romeinse rijk).

De Donaucultuur in Oud Europa was een egalitaire cultuur. We kunnen zelfs spreken over een beschaving, want men kende schrift, creëerde kunst, voerde handel en was economisch zeer welvarend. Het is bijzonder intrigerend dat deze beschaving zich manifesteerde tussen 5000 en 3500 BC en dus veel vroeger existeerde dan de ons bekende oude beschavingen van het Nabije Oosten.

Door de kunst van de Donaucultuur te observeren, bestuderen en vergelijken, wordt de symbooltaal duidelijk en de egaliteit zichtbaar.

Deze 12 beeldjes komen uit de Cucuteni cultuur (ca. 4200 BC) en tonen, naar mijn idee, de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw. Man en vrouw die allebei essentieel zijn voor het voortbestaan van de mensheid. Immers, alleen man en vrouw samen kunnen voor nieuw leven zorgen! Op bovenstaande foto’s hebben de vrouwen de benen bij elkaar, een soort ‘lepel-houding’ (net als in de Venuskunst van de oude steentijd), terwijl de mannen meer een ‘vork-houding’ hebben. Dat werpt ineens een heel ander licht op de abstracte paleolithische kunst die in Dolni Vestonici (gedateerd op 27.000 BC)  is teruggevonden.

Er zijn wetenschappers die alle beelden zonder aantoonbare vrouwelijke elementen, zoals borsten of poort-des-levens, in de categorie ‘mannelijk’ plaatsen. Er zijn ook wetenschappers die alle beelden uit de steentijd tot de categorie ‘vrouwelijk’ rekenen en als het mannelijke zichtbaar is de beelden ‘androgyn’ noemen omdat zij uitgaan van het principe dat de steentijd een matriarchale tijd moet zijn geweest. De wetenschappelijke wereld is het duidelijk niet met elkaar eens…. Mijn visie hierin: in egalitaire culturen worden mannen en vrouwen als evenwaardig beschouwd, in dominantie culturen heersen de mannen. Het lijkt mij niet juist om de ‘wet van de omkering’ toe te passen door te stellen: ‘als het geen patriarchaat is, moet het wel een matriarchaat zijn’. Bovendien zijn deze termen beladen geraakt en alleen daarom al gebruik ik ze liever niet. Ik ben een groot voorstander van het weer zichtbaar maken van het vrouwelijke dat door de dominantie van het mannelijke  is ondergesneeuwd. Ik wil daarbij met een open blik blijven kijken en juist niet het mannelijke ontkennen, maar het vrouwelijke benadrukken naast het mannelijke.

De symboliek van het Leven is ook terug te vinden op de talloze voorraadpotten die uit de Donaucultuur bekend zijn.

Wanneer je de decoratieve patronen op de voorraadpotten vergelijkt met die op de vrouwelijke figuren is de overeenkomst frappant. Het zijn lijnen en patronen die in elkaar overvloeien, doorlopen en nergens echt ophouden: een cyclisch proces.  Het toont de essentie van het Leven,  zoals wij die ook uit de oude steentijd kennen: de cyclus van geboorte-leven-dood-wedergeboorte. Daarin spelen mannen en vrouwen een rol, alleen is de rol van vrouwen veel prominenter en daardoor meer benadrukt in de kunst. Bovendien werd deze kunst door de vrouwen zelf gecreëerd, de kunst toont dan ook de belevingswereld van de vrouwen. In mijn boek ‘Herstory of Art’ (verschijnt 8 maart 2012) is dit na te lezen.

Dit beeldenpaar uit 5000 BC is gevonden in een graf. De man is vervolgens de wereld in gegaan als ‘Le Penseur’ omdat men overeenkomst zag met Rodins ‘Denker’. De neolithische ‘Denker’ wordt tegenwoordig vaak alleen, zonder de vrouw,  in catalogi afgebeeld. Waarom?  Ze horen samen,  deze man en vrouw, waarom uit elkaar halen en bovendien verbinden met Rodin? Omdat de kunstgeschiedenis nog steeds ‘his story of art’ is en zolang dat wordt herhaald, wordt het bevestigd en daarmee zelfs bestendigd!

Rodins leven en oeuvre bestudeer ik al sinds 1993 toen ik besloot mijn doctoraalscriptie te schrijven over Camille Claudel. In 1994 ben ik afgestudeerd op haar oeuvre voor de studies Kunstgeschiedenis & Algemene Letteren aan de Universiteit Utrecht. In 2000/2001 heb ik bijgedragen aan de eerste tentoonstelling over Claudel in Nederland in het Singer Museum te Laren. De parallel die gelegd wordt tussen het beeld van de man uit 5000 BC en Rodins ‘Denker’ gaat voor mij niet op. Rodin was alles behalve egalitair! Als ‘dank’ voor de creativiteit en inspiratie die Claudel hem heeft gegeven en waardoor hij op het voetstuk kon klimmen van ‘grote meester’, gaf hij haar ‘zéro plus zéro égale zéro’……

Wanneer we het beeldenpaar uit de Donaucultuur dan toch moeten vergelijken met een kunstwerk uit onze moderne tijd opteer ik voor ‘De Kus’ van Brancusi.  Dit beeld uit 1916 toont perfect de balans tussen het mannelijke en het vrouwelijke. Het kan haast niet anders dan dat Brancusi bekend was met de Donaucultuur, hij kwam immers uit Roemenië. Brancusi was opgegroeid in het gebied waar vanaf ca. 1860 opgravingen plaatsvonden en een deel van de neolithische Donaucultuur blootlegden. Hoe dan ook, het evenwicht en de egaliteit is overduidelijk in zijn ‘Kus’ aanwezig.

Ik denk dat het heel belangrijk is om het verleden te beschouwen met een ‘open mind’ en niet vanuit pijn of angst. Het doet zeker pijn dat het vrouwelijke lange tijd (bewust) ontkend is en vanuit de ‘traditie’ nog vaak buiten beeld blijft, maar het heeft geen zin om vanuit angst het mannelijke te negeren of te transformeren tot iets neutraals. Belangrijk is dat het mannelijke en het vrouwelijke met elkaar in balans komen, evenwaardig zijn en blijven op alle vlakken.

Bedenk dat achter pijn en angst alleen maar vrijheid zit …..

© 2011 Karin Haanappel

Advertenties