Tagarchief | Katharen

De Occitaanse renaissance

In Zuid-Frankrijk ontstond in de 12e eeuw een hoofse cultuur waarin vrouwen een belangrijke rol en betekenis kregen. Deze nieuwe cultuur werd verspreid door troubadours die rondtrokken en hun liederen en verhalen ten gehore brachten aan de verschillende hoven. De meeste troubadours bespeelden instrumenten en vergezelden hun liederen van muziek om op te dansen. Deze nieuwe gezangen waren anders dan voorheen en kenden een verfijnde schoonheid. Het meest kenmerkende was de gepassioneerde wijze waarop de liefde (de minne) en de domna (de vrouwe) werden bezongen in de eigen taal, het Occitaans. Het Occitaans is een Romaanse taal en – na de klassieke oudheid – de eerste landstaal waarin poëzie en literatuur werden geschreven. Het woord ‘troubadour’ is afkomstig van het Occitaanse woord ‘trobar’ (vinden). De troubadours waren de uitvinders van de hoofse minnezangen. Al snel werd het Occitaans de nieuwe cultuurtaal van Europa. Zelfs Dante Alighieri heeft nog overwogen om ‘La Divina Commedia’ in het Occitaans te schrijven.

carta de l'occitania @herstoryofart

Occitanië was het land waar ‘Ja’ tegen het leven werd gezegd, ‘Oc’ betekent namelijk ‘Ja’ in het Occitaans.
Men sprak De Taal van JaLa Langue d’Oc, tegenwoordig verbasterd tot Languedoc.

Occitanië was een bloeiende, multiculturele samenleving. Er woonden christenen, joden en moslims in verdraagzaamheid naast en met elkaar. In Montpellier ontstond een van de eerste universiteiten van Europa, waar ook de klassieke literatuur werd bestudeerd, zodat met recht kan worden gesproken van een Occitaanse renaissance. De antieke kennis was overgeleverd via de Arabische wereld. Kort nadat de studie van de klassieke literatuur in de vroege middeleeuwen door de kerk van Rome was verboden, werd deze in het Midden-Oosten juist ijverig ter hand genomen door de aanhangers van een nieuwe godsdienst, de islam. De Arabische cultuur werd in Occitanië met veel enthousiasme ontvangen. Men leerde niet alleen klassieke schrijvers als Aristoteles kennen, maar kreeg ook kennis van de sterrenkunde, de algebra, de alchemie en de geneeskunde. Occitanië was een smeltkroes van culturen, waar ook de joden in alle vrijheid de kabbalistische mystieke leer verder konden uitwerken. De Zohar, het standaardwerk van de joodse kabbala, werd geschreven in Toulouse. Voor de paus van Rome was Occitanië een doorn in het oog. Het terugkeren van de verboden kennis kon niet goed zijn. Bovendien werd het gebied bevolkt door mensen die zich chrétiens of amis de Dieu noemden, maar in de ogen van paus Innocentrius III waren het ketters. Tegenwoordig kennen wij deze christenen als de Katharen.

Montségur @herstoryofart

De Katharen waren gnostici en accepteerden het gezag van de kerk van Rome niet. Zij kenden hun eigen doop, het Consolamentum. Door handoplegging werd de doop verricht en kon de Heilige Geest wijsheid brengen. In het Evangelie van Johannes wordt de Heilige Geest de trooster genoemd, vandaar Consolamentum (vertroosting). De Katharen hadden geen kerkgebouwen. Immers, de gnosis – kennis van het hart – huist in de mens.

In 1209 heeft paus Innocentius III een kruistocht afgekondigd voor Occitanië. Het was het begin van een strijd tegen de Katharen, waarin hij werd gesteund door de Noord-Franse koning. Uiteindelijk werd Occitanië ingelijfd bij Frankrijk en ging de Occitaanse cultuur ten onder. Veel Occitaniërs trokken naar Noord-Italië en met hun kennis van de klassieken legden ze daar de basis voor de Italiaanse renaissance.

© Karin Haanappel
De tekst is ontleend aan het boek  ‘Herstory of Art’ (2012)

Uit het boek Herstory of Art door Karin Haanappel
Meer informatie: www.herstoryofart.nl 

Advertenties