Tagarchief | Occitanië

Colleges Herstory of Art: middeleeuwen

De middeleeuwen worden gewoonlijk gesitueerd tussen de klassieke oudheid en de renaissance (ca. 500- ca. 1500). Door de enorme focus vanuit de renaissance op de klassieke oudheid zijn deze ‘midden eeuwen’ vaak als donker en duister afgedaan. Het klassieke erfgoed zou door de opkomst van het christendom en de vele oorlogen in verval zijn geraakt. Toch is enige nuancering op z’n plaats want de middeleeuwen waren zeer verlichtend en de antieke cultuur is nooit helemaal uitgestorven.

middeleeuwen @herstoryofart

Na de val van Rome (476) verdwenen de Romeinse keizers uit het westen en maakten plaats voor nieuwe heersers: de pausen die op hun beurt gebieden annexeerden (kerstenden) en een groot christelijk rijk nastreefden. Om eenheid te bewerkstellingen had de Kerk van Rome de studie van Griekse en Romeinse  literatuur verboden. Deze teksten werden als heidens, gevaarlijk en overbodig beschouwd. Door de christelijke leer was er een einde gekomen aan het nut van zelfstandig denken. Toch kwam er bij tijd en wijle heidense kennis Europa binnen en was er meer dan eens sprake van een renaissance zoals bijvoorbeeld in Ierland (voor 800) of de Karolingische renaissance (rond 800). En tegen de achtergrond van de Occitaanse cultuur (12e eeuw) konden het humanisme en de Italiaanse renaissance zich ontwikkelen. Zie ook het artikel over de Occitaanse renaissance: https://herstoryofart.wordpress.com/2014/03/23/de-occitaanse-renaissance/

Uiteraard kende de middeleeuwen ook vrouwelijke kunstenaars, zowel in kloosters als in gildes. Het klooster bood vrouwen de mogelijkheid om zich te bevrijden van de mannelijke dominantie en zich volledig te wijden aan andere taken dan huwelijk en moederschap. Een van de belangrijkste taken van kloosterlingen was het kopiëren van de heilige teksten. Deze bezigheid wordt omschreven als ‘monnikenwerk’ maar het waren ook nonnen die deze taken verrichtten! Het toeschrijven van middeleeuwse manuscripten aan anonieme meesters wekt ten onrechte de indruk dat vrouwen hier geen rol in speelden. Belangrijk is te achterhalen uit welk klooster (voor mannen of vrouwen) een manuscript komt, dan kan ook geconcludeerd worden of het door een man of een vrouw is gemaakt. De meeste kopiisten signeerden hun werk namelijk niet en de uitzonderingen hierop tonen een gelijke hoeveelheid mannen en vrouwen namen.

Guda ME @herstoryofart

Uit de late middeleeuwen zijn meer vrouwelijke nonnen bij naam bekend, zoals de donna universale Hildegard von Bingen (1098-1179) en Herrad von Landsberg (ca. 1130-1195). Deze vrouwen waren deskundig op vele terreinen: kosmologie, natuurwetenschappen, natuurgeneeskunde, flora en fauna, politieke en religieuze debatten, filosofie (artes liberales), poëzie, schilderkunst en muziek.

Met de opkomst van de steden in de late middeleeuwen ontstonden ook de gildes, waarin de ambachten werden ondergebracht. Gildes waren machtige organisaties die lidmaatschap vereisten en de producten van de ambachtslieden controleerden en verhandelden. Ook vrouwen konden lid worden van een gilde en waren gebonden aan dezelfde regels en plichten als mannen. In de 14e en 15e eeuw komt daar langzaam verandering in. Mannen gaan de ambachten van vrouwen overnemen en gebruiken de sociale structuur van het gilde om hun eigen, economische positie veilig te stellen. Op veel plaatsen zien we de namen van vrouwen uit de gilderegisters verdwijnen. Toch konden vrouwen vaak achter de schermen nog meewerken in het atelier van hun vader of echtgenoot. Hun kunstwerken zijn vaak niet bekend geworden onder hun eigen naam (ze stonden immers niet ingeschreven in het gilderegister en betaalden ook geen lidmaatschap) maar onder de naam van hun vader of man. Voor de buitenwereld betekende dit echter dat slechts de man gezien werd als de kunstenaar wat er in latere eeuwen zelfs toe heeft geleid dat de ontdekking van vrouwelijke kunstenaars uit de late middeleeuwen werden toegeschreven aan mythevorming. Een van die mythes betreft Sabina von Steinbach die in de 14e eeuw het zuidportaal van de kathedraal van Straatsburg heeft gedecoreerd. Het beeld ‘de Synagoge’ is haar zelfportret. In Straatsburg spreekt men al eeuwen over haar, maar in de 19e eeuw is men gaan twijfelen aan haar echtheid want een vrouw kan toch nooit het zware werk van een steenhouwer doen?

Sabina von Steinbach @herstoryofart

Vanuit een subjectieve beleving (met name in de 19e eeuw) is het idee ontstaan dat er in de middeleeuwen amper vrouwelijke kunstenaars werkzaam waren, dat is absoluut niet het geval. Tijdens het college over de middeleeuwen is aangetoond dat vrouwen zowel in kloosters als in de gildes actief waren. We kunnen zelfs spreken over een evenredig aantal mannen en vrouwen. Niet al het werk is gesigneerd, maar onbekend maakt niet per definitie mannelijk. Het is belangrijk de kunstwerken te beschouwen vanuit de context van de tijd waarin ze zijn ontstaan. Daarom is het ook noodzakelijk authentiek bronnenmateriaal te bestuderen en niet af te gaan op latere interpretaties.

Lees meer over de middeleeuwse kunst in ‘Herstory of Art’ pagina 70-81.

© Karin Haanappel

Uit het boek Herstory of Art door Karin Haanappel
Meer informatie: www.herstoryofart.nl 

De Occitaanse renaissance

In Zuid-Frankrijk ontstond in de 12e eeuw een hoofse cultuur waarin vrouwen een belangrijke rol en betekenis kregen. Deze nieuwe cultuur werd verspreid door troubadours die rondtrokken en hun liederen en verhalen ten gehore brachten aan de verschillende hoven. De meeste troubadours bespeelden instrumenten en vergezelden hun liederen van muziek om op te dansen. Deze nieuwe gezangen waren anders dan voorheen en kenden een verfijnde schoonheid. Het meest kenmerkende was de gepassioneerde wijze waarop de liefde (de minne) en de domna (de vrouwe) werden bezongen in de eigen taal, het Occitaans. Het Occitaans is een Romaanse taal en – na de klassieke oudheid – de eerste landstaal waarin poëzie en literatuur werden geschreven. Het woord ‘troubadour’ is afkomstig van het Occitaanse woord ‘trobar’ (vinden). De troubadours waren de uitvinders van de hoofse minnezangen. Al snel werd het Occitaans de nieuwe cultuurtaal van Europa. Zelfs Dante Alighieri heeft nog overwogen om ‘La Divina Commedia’ in het Occitaans te schrijven.

carta de l'occitania @herstoryofart

Occitanië was het land waar ‘Ja’ tegen het leven werd gezegd, ‘Oc’ betekent namelijk ‘Ja’ in het Occitaans.
Men sprak De Taal van JaLa Langue d’Oc, tegenwoordig verbasterd tot Languedoc.

Occitanië was een bloeiende, multiculturele samenleving. Er woonden christenen, joden en moslims in verdraagzaamheid naast en met elkaar. In Montpellier ontstond een van de eerste universiteiten van Europa, waar ook de klassieke literatuur werd bestudeerd, zodat met recht kan worden gesproken van een Occitaanse renaissance. De antieke kennis was overgeleverd via de Arabische wereld. Kort nadat de studie van de klassieke literatuur in de vroege middeleeuwen door de kerk van Rome was verboden, werd deze in het Midden-Oosten juist ijverig ter hand genomen door de aanhangers van een nieuwe godsdienst, de islam. De Arabische cultuur werd in Occitanië met veel enthousiasme ontvangen. Men leerde niet alleen klassieke schrijvers als Aristoteles kennen, maar kreeg ook kennis van de sterrenkunde, de algebra, de alchemie en de geneeskunde. Occitanië was een smeltkroes van culturen, waar ook de joden in alle vrijheid de kabbalistische mystieke leer verder konden uitwerken. De Zohar, het standaardwerk van de joodse kabbala, werd geschreven in Toulouse. Voor de paus van Rome was Occitanië een doorn in het oog. Het terugkeren van de verboden kennis kon niet goed zijn. Bovendien werd het gebied bevolkt door mensen die zich chrétiens of amis de Dieu noemden, maar in de ogen van paus Innocentrius III waren het ketters. Tegenwoordig kennen wij deze christenen als de Katharen.

Montségur @herstoryofart

De Katharen waren gnostici en accepteerden het gezag van de kerk van Rome niet. Zij kenden hun eigen doop, het Consolamentum. Door handoplegging werd de doop verricht en kon de Heilige Geest wijsheid brengen. In het Evangelie van Johannes wordt de Heilige Geest de trooster genoemd, vandaar Consolamentum (vertroosting). De Katharen hadden geen kerkgebouwen. Immers, de gnosis – kennis van het hart – huist in de mens.

In 1209 heeft paus Innocentius III een kruistocht afgekondigd voor Occitanië. Het was het begin van een strijd tegen de Katharen, waarin hij werd gesteund door de Noord-Franse koning. Uiteindelijk werd Occitanië ingelijfd bij Frankrijk en ging de Occitaanse cultuur ten onder. Veel Occitaniërs trokken naar Noord-Italië en met hun kennis van de klassieken legden ze daar de basis voor de Italiaanse renaissance.

© Karin Haanappel
De tekst is ontleend aan het boek  ‘Herstory of Art’ (2012)

Uit het boek Herstory of Art door Karin Haanappel
Meer informatie: www.herstoryofart.nl