Tagarchief | onderzoek

Vasari over vrouwelijke kunstenaars

In 1550 verscheen de eerste uitgave (in 1568 de tweede en laatste) van Giorgio Vasari’s ‘Le vite de’piu eccelenti pittori, scultori e architettori’. In dit inmiddels beroemd geworden boek beschrijft Vasari de levens van vele kunstenaars zoals Brunelleschi, Donatello, Da Vinci, Michelangelo, Rafael, Titiaan…… Wanneer je uitsluitend de Nederlandse vertaling raadpleegt, kom je geen enkele vrouwelijke kunstenaar tegen want vreemd genoeg zijn die er in ons taalgebied buiten gelaten! Het origineel en ook de Engelse vertaling van Oxford World Classics noemen wel degelijk vrouwelijke kunstenaars!

Properzia De’Rossi wordt in de eerste uitgave van 1550 vermeld met een eigen Vita. Hoewel zij de enige vrouw is die deze eer krijgt en als beeldhouwster in de Renaissance zeker uniek te noemen is, kon Vasari haar niet anders zien dan met de ogen van zijn tijd. Vrouwen als onderdeel van mannen (immers Eva was uit de zijde van Adam geschapen) zijn niet in staat om echte kunstwerken te maken. Vrouwen zijn slechts een stukje materie met veel emotie maar hebben geen verfijnde geest waaruit inspiratie ontstaat. In tegenstelling tot mannen die vanuit de ‘logos’ werken en goddelijke, bovennatuurlijke creativiteit bezitten. Volgens Vasari was De’Rossi uitsluitend in staat geweest om zulke schitterende werken te maken omdat ze een slachtoffer was van “erotische melancholie”. Dit wordt volgens Vasari duidelijk als je haar werk bekijkt.

Wanneer we naar dit werk uit 1526 kijken, voorstellende het bijbelse verhaal over de verleiding van Jozef door de vrouw van Pothipar, ziet Vasari in de afgebeelde vrouw een zelfportret van De’Rossi die zich hopeloos probeert vast te klampen aan de man die haar liefde niet lijkt te beantwoorden. Vasari meldt dat De’Rossi na dit marmeren reliëf een andere richtig op gaat in haar werk, immers door het ontbreken van een man in haar leven, ontbreekt het haar ook aan voorbeelden en dus aan inspiratie. Overigens vind ik het intrigerend om in dit kunstwerk geen passieve zich onderwerpende vrouw te zien, maar met recht een stukje ‘female gaze’ 😉

Over een andere vrouwelijke kunstenaar, Plautilla Nelli, weet Vasari te vertellen dat haar beste werken gekopieerd zijn naar originele werken van mannelijke -en dus goddelijke- kunstenaars. Als zij in staat was geweest om te studeren zoals haar mannelijke collega’s had ze misschien wel geleerd om naar de natuur te tekenen en had ze een groots kunstenaar kunnen worden. Helaas was zij niet als man geboren.

Sofonisba Anguissola is tegenwoordig de meest bekende vrouwelijke kunstenaar die Vasari bespreekt, we vinden haar terug in het hoofdstuk over schilders uit Lombardije. Ondanks het feit dat zij geen eigen Vita heeft gekregen, is Vasari over haar het meest positief. “Ma sopra tutti gli ha fatto onore ed è stata eccellentissima nella pittura Sofonisba Angusciola Cremonese con tre sue sorelle”. Toch is zij voor Vasari meer de belichaming van het renaissance-ideaal van de goed opgevoede adellijke vrouw dan een groots kunstenaars, dat is immers alleen voor mannen weggelegd. Hij eindigt zijn stuk over Anguissola met de woorden “Hoe het ook zij, als vrouwen al zo goed levende mensen kunnen voortbrengen, wat een wonder is het wanneer ze ze kunnen schilderen!”.

De Vite van Vasari zijn toonaangevend geworden en maken nog steeds onderdeel uit van de canon van de westerse kunstgeschiedenis. Wanneer deze traditie in stand gehouden wordt, zullen vrouwelijke kunstenaars nooit een gelijkwaardige positie krijgen naast hun mannelijke collega’s. Het lijkt mij goed om de ‘Vasari-bril’ eens af te zetten en te ontdekken wat de wereld van de kunsten nog meer te bieden heeft…… In mijn boek ‘Herstory of Art’ zal ik verder ingaan op deze problematiek.

NB. In mei 2012 is mijn artikel ‘Arte delle Donne – enkele vrouwelijke kunstenaars uit de Italiaanse renaissance’ verschenen in het tijdschrift Article (Universiteit Utrecht). Daarin heb ik uitvoerig geschreven over de vrouwelijke kunstenaars die Vasari heeft genoemd. Om dit artikel te lezen, klik hier.

© 2011 Karin Haanappel

Advertenties

De inleiding

De kunstgeschiedenis zoals wij die kennen, is hoofdzakelijk gericht op ‘dead white male artists’. Met recht kunnen we spreken over de ‘History of Art’, immers het is overduidelijk zijn verhaal (his story). In de jaren ’60 en ’70 van de 20e eeuw kwam er vanuit de feministische hoek grote kritiek op deze manier van wetenschap bedrijven. Er werd gezocht naar vrouwelijke kunstenaars en ze werden gevonden: The Dictionary of Women Artists beschrijft maar liefst 600 levens van vrouwelijke kunstenaars die geboren zijn voor 1945.

Linda Nochlin onderzocht in 1971 de vraag ‘Why have there been no great women artists’ met nadruk op het begrip ‘grote’. Want inmiddels waren er wel honderden vrouwelijke kunstenaars terug gevonden maar geen van hen stond op gelijk niveau met grote meesters als Michelangelo, Rembrandt of Picasso. Talent alleen is dus niet genoeg!

 

Zoals de Guerilla Girls vanaf de jaren’80 aantonen, is er nog niet veel veranderd: zie bovenstaande afbeeldingen uit 1988 en 2005. En dit beeld zal naar mijn idee ook niet echt gaan verdwijnen zolang wij uitsluitend onze vaderlandse geschiedenis voorgeschoteld krijgen! Een geschiedenis van helden en overwinnaars, in dit geval de Grote Meesters uit de kunstgeschiedenis. Daarom is het belangrijk om ook onze moederlandse geschiedenis te leren kennen. Het vaderland (patriarchaat) begon pas te domineren rond 5000 v. Chr. Daarvoor waren er egalitaire samenlevingen zonder oorlog, hiërarchie en macht. Bovendien stonden vrouwen centraal in de samenleving vanwege hun levengevende capaciteiten.

Wanneer wij vanuit het moederland door de eeuwen heen naar onze huidige tijd reizen, komen we vele talentvolle vrouwen tegen. Om deze kunstenaressen in ere te herstellen schrijf ik mijn boek ‘Herstory of Art’ waarin vrouwelijke kunstenaars vanaf de oude steentijd tot nu gepresenteerd worden. Oftewel ‘van Venus tot Nana’……

Het begin

Het kunstgeschiedenis cursusseizoen is ten einde en de meivakantie van de kinderen is bijna voorbij. Ik heb nog wel wat lezingen en studiedagen staan maar het echte werk kan beginnen! En dat betekent starten met het schrijven van ‘Herstory of Art’.
De ruwe opzet staat al, zeker na alle lezingen die ik de afgelopen jaren heb gegeven over dit onderwerp met unaniem enthousiaste en positieve reacties van de toehoorders.
Vanaf maandag ga ik me buigen over de inleiding maar eerst nog genieten van ons gezin morgen!